Samenvatting van Koch et al. (2019): Dance Movement Therapy en trauma

Het artikel van Sabine C. Koch en collega’s (2019) betreft een systematische review en meta-analyse naar de effecten van dance movement therapy (DMT) en andere lichaamsgerichte bewegingsinterventies op psychisch functioneren, waaronder trauma- en stressgerelateerde klachten. De studie bundelt resultaten van meerdere onderzoeken om te bepalen of gestructureerde, ritmische beweging therapeutisch effect heeft op emotionele regulatie, lichaamsbewustzijn en psychische symptomen.

De auteurs concluderen dat lichaamsgerichte bewegingsvormen – zoals dans, ritmische coördinatie en expressieve beweging – een meetbaar positief effect kunnen hebben op stressreductie, stemming en interoceptie (het vermogen om lichamelijke signalen waar te nemen). Bij mensen met trauma en PTSS lijken deze interventies vooral te werken via bottom-up regulatie: het lichaam wordt aangesproken via ritme, houding en beweging, waardoor het autonome zenuwstelsel zich kan stabiliseren.

Een belangrijk mechanisme dat wordt beschreven is sensorimotor integratie. Door herhaalde, aandachtige bewegingen worden motorische, emotionele en cognitieve processen gelijktijdig geactiveerd. Dit kan helpen om fragmentatie – een kernprobleem bij trauma – te verminderen. Daarnaast blijkt ritme een regulerende werking te hebben op arousal en stressrespons, vergelijkbaar met bevindingen uit onderzoek naar ademregulatie en co-regulatie.

De meta-analyse laat zien dat DMT significante effecten kan hebben op depressieve symptomen, angst en lichaamsbewustzijn. Voor PTSS-populaties zijn de studies nog beperkt, maar de resultaten wijzen in de richting van verbeterde regulatie en vermindering van dissociatie.

Koch en collega’s benadrukken dat lichaamsgerichte interventies vooral effectief zijn wanneer ze geïntegreerd worden in een bredere therapeutische context. Ze vervangen geen traumagerichte psychotherapie, maar kunnen de lichamelijke component van herstel versterken. Het onderzoek ondersteunt daarmee het groeiende inzicht dat trauma niet alleen cognitief, maar ook lichamelijk moet worden verwerkt.