Het artikel van de **American Diabetes Association (2004)**in Diabetes Care biedt een overzicht van de diagnose en classificatie van diabetes mellitus en de onderliggende pathofysiologie. De ADA onderscheidt vooral type 1-diabetes, type 2-diabetes, zwangerschapsdiabetes en enkele specifieke vormen met genetische of medische oorzaken. Centraal staat dat diabetes wordt gekenmerkt door chronisch verhoogde bloedglucose als gevolg van problemen met insulineproductie, insulinewerking of beide.

Type 1-diabetes ontstaat door auto-immuundestructie van de bètacellen in de pancreas, waardoor insulineproductie wegvalt. Type 2-diabetes – veruit de meest voorkomende vorm – wordt gekenmerkt door insulineresistentie in combinatie met een geleidelijk tekort aan insuline. Risicofactoren zijn onder meer overgewicht, weinig beweging, genetische aanleg en leeftijd. Het artikel beschrijft diagnostische criteria op basis van nuchtere glucosewaarden, orale glucosetolerantietests en symptomen van hyperglykemie.

De ADA benadrukt dat langdurig verhoogde glucose leidt tot microvasculaire en macrovasculaire complicaties: retinopathie, nefropathie, neuropathie, hart- en vaatziekten en beroerte. Vroege opsporing en strikte regulatie van bloedglucose, bloeddruk en lipiden zijn daarom essentieel. Behandeling omvat leefstijlinterventies (voeding, beweging, gewichtsbeheersing), medicatie en bij type 1 altijd insuline. Zelfmonitoring van bloedglucose en educatie van patiënten worden gezien als kernonderdelen van effectieve zorg.

Een belangrijk punt in het artikel is dat diabetesmanagement multidisciplinair moet zijn en gericht op lange termijn. De aandoening wordt niet alleen als een stoornis in glucosemetabolisme gezien, maar als een systemische ziekte die meerdere organen en regulatiesystemen beïnvloedt. Vroege interventie en consistente behandeling kunnen complicaties aanzienlijk verminderen en de levenskwaliteit verbeteren.