De studie van Kral et al. (2018) werpt een fris licht op de impact van mindfulnessmeditatie op het brein, met name bij mensen die deze beoefening langdurig en intensief integreren in hun dagelijks leven. In plaats van oppervlakkige veranderingen te meten, richt het onderzoek zich op diepe, structurele verschuivingen in hersenactiviteit en connectiviteit, en op wat dit betekent voor aandacht, emotie en zelfgevoel.

Een opvallende bevinding is dat langdurige mindfulnessbeoefening leidt tot een sterkere verbinding tussen hersengebieden die betrokken zijn bij interoceptie (het voelen van je lichaam van binnenuit) en gebieden die belangrijk zijn voor aandacht en zelfregulatie. Simpel gezegd: mensen die veel mediteren, voelen niet alleen beter wat er in hun lichaam gebeurt, ze kunnen er ook met meer focus en rust bij blijven.

De studie kijkt ook naar veranderingen in de default mode network (DMN), het netwerk dat actief is als we dagdromen of met onszelf bezig zijn. Bij ervaren mediteerders is dit netwerk minder dominant en flexibeler inzetbaar, wat wijst op een minder vastgelopen, meer open vorm van zelfervaring.

Wat Kral et al. laat zien, is dat mindfulness niet alleen stress vermindert of ‘ontspant’, maar werkelijk het brein herschikt — richting meer aanwezigheid, belichaamde zelfkennis en emotionele veerkracht.

Deze studie nodigt uit tot nieuwsgierigheid: wat als aandachtstraining niet iets bijkomstigs is, maar een sleutel tot innerlijke groei en mentale gezondheid? En hoe kunnen we deze inzichten inzetten in therapie, onderwijs of ons dagelijks leven?