In Moral Injury and Moral Repair in War Veterans (2009) richten Litz en collega’s de aandacht op een vorm van innerlijk lijden die lang onderbelicht bleef: moral injury. Waar posttraumatische stressstoornis (PTSS) vooral draait om angst en overlevingsstress, beschrijft moral injury de diepe psychische pijn die ontstaat wanneer iemand iets doet, of nalaat, wat indruist tegen zijn of haar morele kompas. Denk aan het doden van burgers, het niet kunnen voorkomen van geweld, of het ervaren van verraad door leiders.

De auteurs stellen dat moral injury een andere emotionele lading heeft dan klassieke trauma’s: het gaat niet om ‘gevaar’, maar om schuld, schaamte, verlies van vertrouwen en zingeving. Dit kan leiden tot depressie, isolatie, zelfverachting en existentiële verwarring. Het morele zelfbeeld raakt beschadigd en daarmee ook het vermogen om betekenis te geven aan het eigen leven en handelen.

Belangrijk in de studie is het pleidooi voor moral repair: herstel vraagt niet alleen om therapie, maar ook om erkenning, vergeving (van zichzelf of anderen), verantwoordelijkheid en het hervinden van een moreel kompas. Dit proces is diep menselijk en vaak relationeel: luisteren zonder oordeel, getuigen van het leed, ruimte bieden voor waarheid.

Deze studie opent een belangrijk venster op wat oorlog (en andere extreme ervaringen) met een mens kan doen, voorbij diagnosecodes. Moral injury laat zien dat herstel soms niet begint bij het vergeten van wat was, maar bij het durven onder ogen zien en opnieuw verbinden met wie je ten diepste bent.