In de studie Putting Feelings into Words (2007) onderzoekt Matthew Lieberman samen met collega’s een fenomeen dat velen intuïtief al kennen: het helpt om je gevoelens onder woorden te brengen. Maar deze studie maakt het zichtbaar in het brein. Met behulp van fMRI-scans ontdekten de onderzoekers dat het benoemen van emoties — ook wel *affect labeling* genoemd — leidt tot een kalmerend effect op de amygdala, het hersengebied dat betrokken is bij emotionele reacties zoals angst en woede.

Wanneer proefpersonen een negatieve emotie benoemen (“ik voel me boos” of “ik ben verdrietig”), wordt de activiteit in de amygdala kleiner. Tegelijkertijd neemt de activiteit toe in de rechter ventrolaterale prefrontale cortex, een gebied dat geassocieerd is met zelfreflectie en regulatie. Simpel gezegd: door gevoelens te verwoorden, ontstaat er meer innerlijke rust en overzicht.

Wat deze studie zo bijzonder maakt, is dat het neurologisch bewijs levert voor iets wat in therapie, meditatie en zelfs vriendschap al lang wordt toegepast: woorden geven aan wat je voelt werkt helend. Het is geen onderdrukking of analyse, maar een directe manier om grip te krijgen op innerlijke chaos.

Putting Feelings into Words biedt daarmee meer dan wetenschappelijke inzichten — het is een bevestiging van iets fundamenteel menselijks. Emoties willen gevoeld worden, maar ook gezien en erkend. En soms begint dat simpelweg met het durven zeggen: “ik voel me zo.” Die kleine daad van taal blijkt een sleutel tot regulatie, verbinding en verandering.