In The Polyvagal Theory (2011) introduceert Stephen Porges een vernieuwende kijk op het autonome zenuwstelsel, het deel van ons zenuwstelsel dat onbewust hartslag, ademhaling en stressreacties reguleert. Zijn theorie legt uit waarom we in bepaalde situaties ontspannen kunnen verbinden, terwijl we in andere plots verstarren of vechten/vluchten. De sleutel? De nervus vagus — en dan vooral de evolutionaire lagen daarvan.

Porges beschrijft drie ‘verdedigingssystemen’ in ons zenuwstelsel. Het oudste, dorsale vagale systeem, zorgt bij gevaar voor bevriezen of dissociatie. Het sympathische systeem maakt ons klaar om te vechten of vluchten. En het meest recente, ventrale vagale systeem, stelt ons in staat om ons veilig te voelen, te verbinden en sociaal te reageren. Deze drie systemen werken als schakelaars: afhankelijk van hoe veilig of bedreigd we ons voelen, activeert het lichaam automatisch een van deze modi.

Wat deze theorie bijzonder maakt, is de nadruk op *neuroceptie*; de onbewuste manier waarop ons zenuwstelsel voortdurend inschat of een situatie veilig, onveilig of levensbedreigend is, lang voordat we er bewust van zijn. Dat verklaart waarom iemand met een trauma ogenschijnlijk ‘zomaar’ uit contact raakt of heftig reageert: het zenuwstelsel neemt gevaar waar, zelfs als het er objectief niet is.

Porges’ werk werpt een nieuw licht op therapie, opvoeding en sociale interactie. Het herinnert ons eraan dat veiligheid geen bijzaak is, maar een voorwaarde voor verbinding en groei. *The Polyvagal Theory* nodigt uit om niet alleen met het hoofd, maar ook met het lichaam te luisteren naar onszelf en naar anderen.